Flipping the class: een tussentijdse evaluatie

Sinds het begin van het schooljaar 2012-2013 werk ik volledig via flipping the class in klas 3 van het VMBO.
Daar ging een jaar aan voorbereiding vooraf. Mijn beginpositie aan het begin van dit schooljaar was:
– Een tekstboek van een uitgever.
– Een digitaal werkboek, zelf gemaakt. En daar moest ook een antwoordenboek bij, dus check.
– Vodcasts voor 24 paragrafen klaar met bij elk filmpje vragen.
– Digitale oefentoetsen klaar.
– Keuzeopdrachten klaar (bedoeld voor snellere leerlingen die meer uitdaging aan kunnen).
– Samenvattingen als mp3 van alle hoofdstukken.
– Een game met opdrachten die een zinvolle invulling geeft aan anders ‘lege’ momenten.
– De gehele jaarplanning in de ELO.

Volgens mijn inschatting zou ik hier de lessen in voldoende mate mee kunnen vullen.
Een belangrijk doel van het flippen voor mij is meer ruimte voor differentiatie tussen leerlingen op niveau en snelheid. De start van het schooljaar gaf ook een duidelijke wenperiode, niet alleen aan het vak dat nieuw is voor de leerlingen, maar ook aan het digitale werken. De eerste lessen ben ik dan vooral ook kwijt geweest aan het uitleggen van de werkwijze. Volgende keer ook maar een vodcast van maken. Daarna ging het heel snel. Zelfs zo snel en goed dat er een veel groter verschil bleek te zitten in de groepen dan ik vooraf had ingeschat. Ik ging uit van 3 verschillende niveaus in een groep. In de praktijk waren er wel 6 verschillende tempo’s en 4 verschillende niveaus. Daar heb ik op in moeten spelen door meer opdrachten te maken of andere uitdagingen aan leerlingen te bieden. Daarmee bedoel ik dat ik ook in de werkvormen nog meer uitdaging heb proberen te leggen, waarbij ik steeds rekening houd met het verschil in niveau en tempo. Sommige leerlingen helpen nu bijvoorbeeld mee met het bewerken van een andere game voor in de les. Nog een heikel punt is het controleren of de filmpjes wel worden bekeken. Dat heb ik opgevangen door het als opdracht aan te bieden in de ELO, die registreert dan of ze de opdracht gestart hebben. En er zijn controlevragen bij, die ik ook terug kan zien in de ELO.
Praktisch punt: wat als een leerling geen computer heeft? En nog geen leenlaptop? Barbaarse oplossing: heb de werkboeken uitgeprint en een boekje van gemaakt. Kunnen ze niet alles doen, maar ze kunnen wel aan de slag.

En wat vinden de leerlingen eigenlijk van dat ‘geflip’? Ik vraag mijn leerlingen vaak naar hun mening en geef ze ook een actieve rol in het maken van lesmateriaal en de inhoud van lessen. Ze komen volop met suggesties. Wat opvalt is dat ze zeer tevreden zijn met deze manier van werken. In de laatste enquête geeft 96% aan zeer tevreden. De overige 4% geeft aan ‘voldoende’. Geen negatieve scores dus.

Ben benieuwd hoe het aan het einde van dit schooljaar is.
Je hoort het van me…

Comment!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *