Waarom bent u leraar geworden?

Het is een vraag die ik elk schooljaar meerdere malen en in verschillende vormen steeds weer gesteld krijg:
‘Waarom bent u leraar geworden?’.

Dat je voor het vak van leraar kunt kiezen is voor veel leerlingen blijkbaar een onbegrijpelijke keuze. Want wie wil er nu vrijwillig met allemaal vervelende pubers werken? Althans, zo beargumenteren mijn leerlingen het zelf vaak (wat op zich bijzonder is, aangezien ik hun helemaal niet als vervelend beschouw).

Maar het is wel een vraag waar ze, in mijn ogen, recht hebben op een antwoord. Want wat beweegt die persoon voor de klas?

Mijn antwoord is altijd hetzelfde: omdat ik het leuk vind. En dat meen ik voor de volle 100%.
Maar ik vertel er ook bij dat ook ik wel eens getwijfeld ben. Ik sta inmiddels zo’n 9 jaar voor de klas en de eerste 2 jaar waren echt niet altijd even makkelijk. Ik zou liegen als ik nooit twijfels heb gehad. Af en toe is best de gedachte in me op gekomen; ‘Is dit nu wat ik wil?’. En ik heb met deze vraag in gedachten ook best wel eens wakker gelegen ’s nachts. Leraar zijn is namelijk veel meer dan ‘lessen draaien’. Leraar zijn is meer dan een beroep, het is een deel van wie jij bent. En dat moet je wel een plek geven.

Wat voor mij de definitieve omslag gaf was het vertrek van een zeer goede collega. Toen heb ik eens goed in de spiegel gekeken en mezelf de keuze gesteld: of je gaat er nu vol voor of je haakt af. Met mijn volle verstand heb ik voor keuze 1 gekozen. En sindsdien zijn veel dingen verandert. Want het maken van die bewuste keuze had als gevolg dat ik erachter kwam dat het ook veel meer was dan een keuze. Het werd (en is) een passie. En daarmee kom ik terug op mijn eerdere uitspraak: leraar ben je…altijd. Zo kan ik nu op vakantie gaan en iets tegenkomen en dan automatisch denken: ‘Hé, dat kan ik gebruiken in de les en dan zo en zo…’.

En met die passie kwam ook het plezier, zodat ik nu eerlijk en oprecht kan antwoorden: ‘Omdat ik het leuk vind’.

2 Comments

  • Frans Droog (#)
    december 5th, 2013

    Hoi Stefan,
    Herkenbaar verhaal. Voor iedere docent. Maar voor iedere docent toch ook weer net even anders. Iets dat goed is om te delen. Niet alleen via een blog, maar ook live. Elkaar versterken.
    Zou jij misschien je passie voor onderwijs willen delen via een inspiratiesessie op zaterdag 1 februari? Er is dan een eventdag van The Crowd en we zijn nog op zoek naar een goed passende 4e activiteit: http://www.thecrowd.nl/events/PQ35ATXM/
    Misschien samen met Mark de Ruyter Groenewold, die een activiteit “Leraar met Hart en Ziel” wil aanbieden en mogelijk ook op die dag beschikbaar is?
    Ik zal Patrick, een van de organisatoren, attenderen op deze blogpost (en mijn reactie 🙂 )

  • Marion van Heeswijk (#)
    januari 17th, 2014

    Beste Stefan,
    Ik heb dezelfde vraag ook eens moeten beantwoorden. Mijn antwoord (en dat van een aantal andere collega’s) is gebruikt en gebundeld in een boekje.

    “Ik voor de klas? Mij niet gezien! Dat was vroeger de slogan waarmee de lerarenopleiding nieuwe studenten probeerde te werven. Gedurende mijn eigen middelbare-schoolcarrière dacht ik er inderdaad zo over. Ik zag mezelf echt niet met een krijtje in de hand, ten overstaan van 28 pubers iets uitleggen. Maar wat wilde ik dan wel? Geen idee.

    Ik wist wel heel goed wat ik niet wilde. De hele dag achter een bureau? Daar zag ik mezelf nog niet zitten. De horeca in misschien? Nee. Ik ben niet zo’n avondmens. De techniek? Twee linkerhanden. De verzorging? Is ook niets voor mij. Hoewel ik toch goed tegen bloed kan. Wat nu?

    Op de havo had ik biologieles van mevrouw Beck. Ik vond bio het leukste vak. Mevrouw Beck was een welkome afwisseling tussen het driedelig grijs. De lessen waren leuk om te volgen. Ze had dezelfde lengte als ik, die van een gemiddelde brugklasser, en ze reed motor. En je kon met haar lachen. Zij niet altijd met mij.
    Ineens ging er iets dagen. Ik wil dit ook. Dit lijkt me echt leuk. Dat bleek het ook te zijn, zeg ik nu, 23 jaar later. En wat maakt het nou zo leuk? Niet het bureau waar ik wel eens achter moet zitten. Niet het correctiewerk dat soms avonden in beslag neemt. Niet het leren werken met de computer (want digibeet). Niet de ellenlange vergaderingen, maar de omgang met de leerlingen. Zij maken het vak leuk. Zij zorgen ervoor dat geen les dezelfde is, maar ik ook. Zij maken veel grappen,maar ik ook. Zij stellen moeilijke vragen, maar ik ook. Zij vertellen veel, maar ik ook! Ik voor de klas? Kom maar zien!”
    Marion van Heeswijk,
    docente biologie

Comment!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *